Bron: geschreven door Gilles Coens, Head of Product bij MeDirect, op maandag 22 juni om 9 u.
De match tussen België en Iran op het WK eindigde op een logische 0-0. Wie vooraf had gekeken naar de manier waarop Iran ruimtes afsluit, wist dat kansen schaars zouden zijn. Wat we op het veld zagen – een elftal dat elke opening consequent dichtloopt – doet echter onvermijdelijk denken aan de realiteit op de financiële markten vandaag. Want ook daar draait alles opnieuw rond afsluiten: de Straat van Hormuz die onder druk staat, energieaanvoer die onzeker wordt, en inflatie die opnieuw moeilijker te controleren blijkt.
Toch blijft het beeld dubbel. Waar defensieve discipline op het voetbalveld leidt tot stilstand, lijken beleggers zich net aan te passen aan diezelfde onzekerheid. Aandelenmarkten blijven verrassend standhouden, gedragen door een bredere rotatie buiten technologie, sterke prestaties in Europa en Japan, en een blijvend geloof in toekomstverhalen zoals de record-IPO van SpaceX. Centrale banken reageren ondertussen elk op hun eigen manier: de ECB verhoogt opnieuw de rente, terwijl de Fed onder Warsh meer terughoudend en minder voorspelbaar wordt.
Zoals in die wedstrijd geldt ook voor de markten: niet alles wat afgesloten lijkt, blijft definitief dicht. Soms volstaat één opening om het spel volledig te kantelen.

Bron: Google
Markten stijgen verder, maar de fundamenten verschuiven
De financiële markten lijken zich opnieuw weinig aan te trekken van de vele onzekerheden die het nieuws domineren. Terwijl geopolitieke spanningen oplopen, inflatiedruk opnieuw de kop opsteekt en centrale banken hun koers hertekenen, blijven aandelenmarkten opvallend veerkrachtig. Op het eerste gezicht lijkt dat paradoxaal. Wie echter onder de oppervlakte kijkt, ziet geen contradictie, maar een markt die zich snel aanpast aan een nieuwe realiteit.
Die realiteit wordt vandaag bepaald door drie krachten: geopolitiek die opnieuw inflatie aanwakkert, centrale banken die opnieuw uiteen beginnen te lopen, en een verschuiving in marktleiderschap die veel breder gaat dan technologie alleen.
Geopolitiek maakt inflatie opnieuw onvoorspelbaar
Na maanden waarin inflatie geleidelijk onder controle leek te komen, is het inflatieverhaal opnieuw complexer geworden. Niet door een oververhitte economie, maar door geopolitiek. De spanningen rond Iran en de dreiging van verstoringen in de Straat van Hormuz – een van de belangrijkste olieroutes ter wereld – hebben de energieprijzen opnieuw opgedreven en daarmee rechtstreeks de inflatie beïnvloed.
Die impact is duidelijk zichtbaar in de cijfers. In de Verenigde Staten liep de inflatie opnieuw op tot 4,2% op jaarbasis, het hoogste niveau in meer dan drie jaar, grotendeels gedreven door energieprijzen. Tegelijk stegen producentenprijzen met 6,5%, eveneens onder impuls van energiecomponenten. Dit wijst op een klassieke aanbodschok: inflatie die niet wordt gedreven door vraag, maar door verstoringen aan de aanbodzijde.
Wat deze situatie extra complex maakt, is dat energieprijzen een multiplicatoreffect hebben. Ze beïnvloeden niet alleen transport en productie, maar sijpelen door in bijna elke sector van de economie. Voor bedrijven betekent dit druk op marges, voor consumenten een daling van de koopkracht en voor centrale banken een bijzonder moeilijke beleidscontext.
Tegelijk kijkt de markt vooruit. De recente signalen van een mogelijke toenadering tussen de Verenigde Staten en Iran hebben het sentiment verbeterd en de verwachting gecreëerd dat de druk op de olieprijzen tijdelijk kan afnemen. De hoop op een heropening van de Straat van Hormuz illustreert hoe snel inflatieverwachtingen vandaag kunnen verschuiven. Wat vandaag een inflatieschok is, kan morgen opnieuw verdwijnen en net die onzekerheid maakt het voor beleggers moeilijker om de juiste positionering te bepalen.
Centrale banken: van synchronisatie naar divergentie
Die onzekerheid vertaalt zich rechtstreeks in het beleid van centrale banken, die voor het eerst in lange tijd opnieuw verschillende richtingen uitgaan.
In Europa koos de Europese Centrale Bank zoals verwacht door de meeste analisten voor een renteverhoging, de eerste sinds 2023. Die beslissing benadrukt de bezorgdheid over aanhoudende inflatierisico’s, ondanks een zwakke economische groei. De ECB verwacht immers nog steeds een inflatie van 3,0% in 2026, duidelijk boven de doelstelling, terwijl de groeiverwachtingen tegelijk neerwaarts worden bijgesteld tot amper 0,8%.
Europa bevindt zich daarmee opnieuw in een klassiek dilemma: inflatie bestrijden in een fragiele economie. De industriële activiteit stabiliseert weliswaar en bepaalde sectoren tonen tekenen van herstel, maar het groeipad blijft broos en sterk afhankelijk van externe factoren zoals energieprijzen en wereldhandel.
In de Verenigde Staten klinkt een andere toon. De Federal Reserve, onder leiding van de nieuwe voorzitter Kevin Warsh, houdt de rente voorlopig ongewijzigd. Wat echter wél verandert, is de communicatie. De Fed lijkt afstand te nemen van expliciete forward guidance en kiest voor een meer data-afhankelijke aanpak, met een duidelijkere focus op inflatierisico’s.
Dit lijkt op het eerste gezicht een detail, maar heeft verregaande implicaties. Waar markten de voorbije jaren sterk konden rekenen op duidelijke signalen van centrale banken, ontstaat nu opnieuw meer onzekerheid. De Fed stuurt minder actief de verwachtingen, waardoor beleggers opnieuw zelf de interpretatie moeten maken van economische data. Dat verhoogt het risico op volatiliteit, zeker in een omgeving waarin inflatie moeilijk voorspelbaar blijft.
Het resultaat is een wereld waarin centrale banken niet langer synchroon bewegen. Europa verstrakt, de Verenigde Staten wachten af maar blijven hawkish, en in andere regio’s – zoals Japan – staan renteverhogingen eveneens opnieuw op de agenda. Die divergentie creëert opportuniteiten, maar maakt de globale marktdynamiek tegelijk complexer.
Europa verrast en herwint terrein
Tegen deze achtergrond is het opvallend dat Europese aandelen het de voorbije maand beter deden dan hun Amerikaanse tegenhangers. Dat is geen toeval, maar het resultaat van een combinatie van macro-economische en marktgebonden factoren.
Enerzijds zien we duidelijke signalen van stabilisatie in de Europese economie. Zo trok de industriële productie in Duitsland opnieuw aan, gedragen door sectoren zoals chemie, bouw en metaalverwerking. Dat zijn typisch cyclische sectoren die gevoelig zijn aan economische verwachtingen en dus vaak als eerste reageren op een verbetering van het sentiment.
Daarnaast wijzen indicatoren zoals de ZEW-index en verschillende PMI’s op een geleidelijk herstel van het vertrouwen bij bedrijven en beleggers. Dat herstel is fragiel, maar voldoende om de extreem pessimistische verwachtingen van de voorbije kwartalen bij te stellen.
Minstens even belangrijk is het waarderingsverhaal. Europese aandelen handelen nog steeds tegen een aanzienlijke discount tegenover Amerikaanse aandelen, die jarenlang hebben geprofiteerd van technologiegedreven groei. In een omgeving waarin de rente hoger blijft en groei minder evident is, wordt die waarderingskloof opnieuw relevanter. Zoals aangegeven in de onderstaande grafiek met de Forward P/E of verwachte koers-winstverhouding van verschillende regio’s ziet men dat Amerikaanse aandelen duurder waarderen dan Europese aandelen.

Bron: JP Morgan Asset Management, Guide to the markets, 21/06/2026
Bovendien is de Europese markt breder gespreid en minder afhankelijk van een beperkt aantal megacaps. Sectoren zoals industrie, energie, financiële waarden en defensie spelen een grotere rol, wat de markt robuuster maakt wanneer de focus verschuift van pure groeiverhalen naar meer gebalanceerde rendementsbronnen.
Een markt die breder wordt
Een van de meest opvallende evoluties van de voorbije weken is de verbreding van de markt. Waar de stijging van de voorbije jaren sterk geconcentreerd was in een handvol technologiebedrijven, zien we vandaag een duidelijk breder draagvlak ontstaan.
Zo presteerden Amerikaanse small caps opvallend sterk, met de Russell 2000 die een aanzienlijke stijging liet optekenen. Tegelijk zien we dat value-aandelen (waarde-aandelen) opnieuw beter presteren dan groeiaandelen, een trend die zich meerdere weken op rij doorzet.
Die rotatie is geen toeval. Ze weerspiegelt een veranderend marktsentiment waarin beleggers minder bereid zijn om extreme waarderingen te betalen voor toekomstige groei, en opnieuw meer aandacht hebben voor fundamentals zoals cashflows, winstgevendheid en balanskwaliteit.
Binnen de technologiesector zelf zien we een gelijkaardige evolutie. De volatiliteit neemt toe en prestaties verschillen steeds sterker per bedrijf. Het AI-thema blijft centraal, maar verschuift van pure verwachting naar concrete implementatie en monetisatie. Bedrijven moeten steeds vaker bewijzen dat investeringen in AI ook effectief leiden tot hogere inkomsten en marges. Anderzijds zien we dat de Amerikaanse techbedrijven voorlopig sterk blijven presteren: ze realiseren een indrukwekkende winstgroei en de verwachtingen voor toekomstige groei blijven hoog (zie onderstaande grafiek). Dat rechtvaardigt in zekere mate de hogere waarderingen die we vandaag in de VS zien.

Bron: JP Morgan Asset Management, Guide to the markets, 21/06/2026
SpaceX en de heropleving van markteuforie: kapitaal zoekt opnieuw de toekomst
De beursgang van SpaceX vormt misschien wel het meest symbolische moment van deze marktfase. Niet alleen omdat het de grootste IPO ooit betreft, maar vooral omdat het succes ervan een duidelijke indicatie geeft van het huidige marktsentiment.
Dat een bedrijf met een uitgesproken toekomstgericht profiel – ruimtevaart, satellietnetwerken en infrastructuur – zo’n enorme kapitaalstroom kan aantrekken, toont aan dat beleggers nog steeds bereid zijn om ver vooruit te kijken. De appetijt voor groei is niet verdwenen, zelfs niet in een omgeving van hogere rente en geopolitieke onzekerheid.
Integendeel, het lijkt erop dat de lat voor investeerders is verschoven. Waar enkele maanden geleden vooral AI-bedrijven het kapitaal aantrokken, zien we vandaag een verbreding naar andere “next frontier”-thema’s zoals ruimtevaart, defensietechnologie en geavanceerde infrastructuur.
In de aanloop naar de beursgang wordt het verhaal bovendien ondersteund door bijzonder ambitieuze vooruitzichten. Goldman Sachs, dat de IPO begeleidt, verwacht dat de inkomsten uit de AI‑activiteiten van SpaceX zouden groeien van 3,2 miljard dollar vandaag tot maar liefst 322 miljard dollar in 2030 — een vertienvoudiging op een schaal die zelden gezien is.
Maar dat is slechts één deel van het verhaal. In dezelfde projecties zou de Starlink‑divisie uitgroeien tot een gigant op zich, met verwachte inkomsten van ongeveer 144 miljard dollar tegen 2030, terwijl de traditionele raketactiviteiten — vandaag nog het fundament van het bedrijf — relatief beperkt blijven groeien tot een kleine 8 miljard dollar. In totaal zou SpaceX daarmee evolueren van een omzet van minder dan 20 miljard dollar vandaag naar bijna 475 miljard dollar tegen het einde van dit decennium.
Die vooruitzichten vormen de basis voor een waardering die kan oplopen tot 1.780 miljard dollar, en impliceren bovendien een spectaculaire omslag in winstgevendheid: van negatieve vrije kasstromen vandaag naar een structureel sterke cashmachine in de toekomst.
Het is precies die combinatie van schaal, dominantie en exponentiële groei die beleggers aantrekt, maar tegelijk ook vraagt om een grote dosis geloof. Want om deze cijfers te realiseren, moet SpaceX niet alleen groeien, maar meerdere markten tegelijk hertekenen — van AI en satellietnetwerken tot ruimte-infrastructuur. Dat maakt het verhaal bijzonder krachtig… maar ook bijzonder ambitieus.
Tegelijk is er ook een meer kritische lezing mogelijk. Historisch gezien piekt IPO-activiteit vaak in latere fases van een marktcyclus, wanneer waarderingen hoog zijn en beleggers bereid zijn meer risico te nemen. De enorme vraag naar SpaceX-aandelen kan dus zowel een teken van kracht als van overmoed zijn.
Het is precies die dubbelheid die deze markt typeert: tegelijkertijd rationeel en opportunistisch, voorzichtig maar toch bereid om risico te nemen wanneer het verhaal sterk genoeg is.
Japan: een structureel verhaal krijgt kracht
Terwijl Europa herontdekt wordt, blijft Japan een van de meest consistente outperformers. Dat is geen toeval, maar het resultaat van een unieke combinatie van macro-economische en structurele factoren.
De zwakke yen speelt daarin een centrale rol. Met een wisselkoers rond 160 tegenover de dollar blijven Japanse exportbedrijven bijzonder competitief op de wereldmarkt. Die muntzwakte werkt bovendien als een automatische winstbooster voor bedrijven met internationale inkomsten.
Daarnaast zien we dat inflatie, jarenlang afwezig in Japan, eindelijk terugkeert. Producentenprijzen stijgen aanzienlijk en importkosten nemen toe, deels onder invloed van hogere energieprijzen. Wat in andere regio’s een probleem vormt, wordt in Japan gezien als een teken van normalisatie na decennia van deflatoire druk.
De combinatie van inflatie, loonstijgingen en een mogelijk strakker monetair beleid creëert een omgeving waarin bedrijven opnieuw pricing power krijgen en beleggers hun interesse hernieuwen. Buitenlands kapitaal stroomt dan ook opnieuw richting Japan, wat de marktdynamiek verder versterkt.
Beleggen in de Aziatische regio, dit vraagt vaak voor actief beheer. Ontdek onze fondsen in deze regio in onze MeDirect-fondsenselectie.
China blijft de zwakke schakel
In contrast met Japan blijft China een bron van onzekerheid binnen de globale markten. De economische cijfers tonen een gemengd beeld, waarin sterke exportcijfers niet volstaan om het gebrek aan binnenlands vertrouwen te compenseren.
Zo steeg de Chinese export met bijna 20% op jaarbasis, gedreven door sterke vraag naar onder meer technologie en AI-gerelateerde producten. Tegelijk blijft de binnenlandse consumptie zwak en blijft het herstel ongelijk verdeeld over de economie.
Die divergentie ondermijnt het vertrouwen van beleggers. Het is niet zozeer de groei zelf die in vraag wordt gesteld, maar wel de duurzaamheid en kwaliteit ervan. Bovendien blijven geopolitieke spanningen en regulatoire onzekerheid wegen op het sentiment, wat zich vertaalt in een structureel lagere waardering van Chinese aandelen.
Conclusie: een markt die zich aanpast
De huidige marktomgeving wordt gekenmerkt door een opvallende paradox. Enerzijds nemen de risico’s toe: inflatie is opnieuw minder voorspelbaar, geopolitiek speelt een grotere rol en het beleid van centrale banken divergeert. Anderzijds blijven aandelenmarkten stijgen en wordt de marktparticipatie breder.
Die schijnbare tegenstelling is in werkelijkheid een teken van maturiteit. De markt is niet langer afhankelijk van één enkel narratief, maar verwerkt meerdere factoren tegelijk. Soms zelfs tegenstrijdige.
Wat deze markt vandaag drijft, is dan ook niet zozeer overtuiging, maar aanpassing: aan hogere rente, aan geopolitieke onzekerheid en aan een wereld die minder voorspelbaar is geworden. Maar net in die aanpassing schuilen opportuniteiten, voor beleggers die durven loskomen van simplistische verhalen en de complexiteit van deze cyclus omarmen.
Van de opportuniteiten genieten zonder u dagelijks te moeten verdiepen in deze steeds complexere marktdynamiek? Met MeManaged kunt u beleggen zonder zorgen. Door het beheer van uw beleggingen toe te vertrouwen aan onze experten, profiteert u bovendien tot en met 15/07/2026 van een bonus van 1% op het nettobedrag van uw inleg.
Algemene disclaimer
Dit artikel en deze pagina zijn informatief van aard en kunnen worden gewijzigd. Ze worden louter ter informatie verstrekt en hebben geen contractuele waarde. De inhoud is niet bedoeld als beleggingsadvies of enige andere beleggingsdienst, en is geen aanbod, gepersonaliseerde aanbeveling of advies van MeDirect Bank NV, met het oog op een belegging in de genoemde activaklassen en mag niet als zodanig worden beschouwd. Beleggen brengt altijd risico’s met zich mee, vooral wat kapitaalverlies betreft. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. De informatie op deze pagina vormt geen juridisch, fiscaal of boekhoudkundig advies.


