We're sorry but this app doesn't work properly without JavaScript enabled. Please enable it to continue. Recordbeurzen in tijden van recordonrust: welke krachten spelen achter de schermen? - MeDirect

Picture your Future. Save for it by earning 1.5% on a 1-year Term Deposit Account! Learn more.

Recordbeurzen in tijden van recordonrust: welke krachten spelen achter de schermen?

Bron: geschreven door Gilles Coens, Head of Product bij MeDirect, op dinsdag 26 mei om 9 u.

De markt gelooft elk woord over Iran. Maar wat als dat onvoldoende is?

Terwijl de krantenkoppen vol staan met oorlog, inflatie en politieke onzekerheid, schrijven de beurzen intussen gewoon geschiedenis. In mei 2026 bereikten Wall Street (S&P 500), Seoul (KOSPI) én Tokio (Nikkei 225) elk hun hoogste niveau ooit.

Vandaag lijken financiële markten daarbij minder te reageren op klassieke economische data en meer op geopolitieke boodschappen. Eén uitspraak van Donald Trump, een hint vanuit Teheran of een gerucht over onderhandelingen volstaat om olieprijzen scherp hoger of lager te duwen, met onmiddellijke impact op rentes en aandelen. Dat is niet nieuw – olie is altijd een barometer geweest van spanningen in het Midden-Oosten – maar de snelheid en de mechaniek waarmee koersen reageren, voelen anders aan in een wereld waarin de voorspelbaarheid en geloofwaardigheid van de betrokken leiders op zijn zachtst gezegd beperkt is.

Misschien blijkt tussen redactie en publicatie dat alles opgelost is. Dat er een degelijk, evenwichtig akkoord ligt, de olie opnieuw zonder verstoring stroomt en Europa er zelfs beter van wordt dan vóór het conflict. In dat geval moet ik vooral toegeven dat ik het verkeerd had, en dat de markten opnieuw sneller gelijk kregen dan de meeste analisten.

Vandaag voelt het echter vooral alsof markten reageren op woorden, terwijl de onderliggende realiteit complexer en minder comfortabel wordt.

Iran, olie en inflatie: woorden sturen prijzen, maar lossen niets op

De spanningen rond Iran hebben een directe en meetbare impact op de wereldeconomie via energieprijzen. De Amerikaanse producenteninflatie (PPI) is in april tot 6% jaar-op-jaar gestegen, het hoogste niveau sinds eind 2022, met energie-inflatie die sinds maart opnieuw scherp aantrekt. Die hogere inputkosten voor bedrijven dreigen steeds vaker doorgerekend te worden aan consumenten.

Brent-olie noteert nog altijd ongeveer 40% hoger dan vóór de start van het conflict, met niveaus rond 105 dollar per vat. De rente op Amerikaanse tweejaarsobligaties – zeer gevoelig voor inflatieverwachtingen – is intussen boven 4% geklommen, het hoogste peil sinds midden 2025. Dat is geen zuivere “headline-volatiliteit” meer, maar een reële financiële transmissie van geopolitieke onzekerheid.

En toch: de cruciale parameters zijn onbekend. Neem de Straat van Hormuz. Een structurele tol of hogere transitkosten zouden een blijvende belasting vormen voor de wereldeconomie, zeker voor energie-importeurs zoals Europa. De Europese Commissie verlaagt nu al haar groeiverwachting voor de eurozone in 2026 van 1,2% naar 0,9%, en verhoogt tegelijk de inflatieprojectie van 1,9% naar 3,0%, expliciet verwijzend naar een “grote energieschok” in een toch al volatiele geopolitieke en handelsomgeving.

Mijn persoonlijke vrees: een akkoord tussen de VS en Iran zou Iran structureel kunnen versterken en Europa relatief verzwakken, bijvoorbeeld via afspraken over tol aan de Straat van Hormuz of preferentiële energiedeals. Maar zolang de details ontbreken, reageren markten vooral op toon en timing van de communicatie en niet op inhoud.

Verenigde Staten: sterke fabrieken, zwakke consument, koppige inflatie

In de Verenigde Staten lijkt het groeibeeld op het eerste gezicht geruststellend. De S&P Global Flash US Manufacturing PMI steeg in mei naar 55,3 (van 54,5 in april), het hoogste niveau in vier jaar, terwijl de Manufacturing Output Index tot 56,2 klom. De Composite PMI bleef stabiel op 51,7 – nog altijd licht expansief – maar de Services Business Activity zakte naar 50,9, een tweemaands dieptepunt.

Belangrijker zijn de inflatiesignalen in diezelfde PMI-data. Zowel inputkosten als verkoopprijzen stijgen in mei aan het snelste tempo sinds de energieschok van 2022. S&P Global verwacht op basis van de enquête dat de reële groei in het tweede kwartaal moeilijk boven 1% geannualiseerd zal uitkomen, terwijl de prijsdruk opnieuw versnelt. Dat is precies de cocktail waar centrale banken een hekel aan hebben: afkoelende groei, opwaartse inflatie.

De harde cijfers bevestigen dat beeld. De Amerikaanse CPI steeg in april met 3,8% jaar-op-jaar, de scherpste stijging sinds mei 2023. Maand-op-maand was er een plus van 0,6%, na 0,9% in maart. Energieprijzen gingen in april 3,8% hoger, na reeds +10,9% in maart. De producentenprijzen (PPI) klommen zelfs 1,4% maand-op-maand en 6,0% jaar-op-jaar, opnieuw vooral door energie.

De rekening belandt bij de consument. De University of Michigan Index of Consumer Sentiment daalde in mei naar 44,8, na eerdere valpartijen tot 48,2. Dit is het laagste niveau ooit gemeten. Korte- en langetermijn-inflatieverwachtingen schuiven mee omhoog. De Amerikaanse consument ziet stijgende prijzen, voelt de hogere energiefactuur en gelooft steeds minder dat alles “onder controle” is.

De arbeidsmarkt blijft historisch sterk, maar met eerste barstjes. Nieuwe werkloosheidsaanvragen schommelen rond 200.000–210.000 per week, terwijl de werkloosheidsgraad relatief laag blijft. Tegelijk valt in de PMI-data op dat ondernemingen jobs beginnen af te bouwen uit vrees voor stijgende kosten en dalende vraag. De notulen van de Fed-vergadering tonen dat meerdere beleidsmakers extra verkrapping niet uitsluiten als de inflatie hardnekkig boven de 2%-doelstelling blijft.

De markten daarentegen richten hun blik liever op winstcijfers en artificiële intelligentie dan op consumentenmoraal en inflatieverwachtingen. Dat kan een tijd goed gaan, maar niet eindeloos.

Europa: sterke winstcijfers, AI en een vertraagde motor

In Europa zie je een dubbele realiteit. Aan de beurskant kennen we een sterke periode: de STOXX Europe 600 noteert opnieuw dicht bij historische pieken, de grote nationale indices hebben hun oorlogsdalingen verteerd en de kloof met de S&P 500 is deels verkleind. T. Rowe Price verwijst naar brede winstgroei en sterke kwartaalresultaten als belangrijke steunpilaar voor die rally. Zowel in de VS als in Europa verraste een meerderheid van de bedrijven positief, vaak met dubbelcijferige earnings-surprises.

Aan de macrokant is het beeld brozer. De flash Eurozone PMI van S&P Global beschrijft hoe de dienstensector bijzonder hard geraakt wordt door de “cost of living”-crisis, gedreven door hogere energieprijzen, terwijl de boost in de industrie door voorlopige voorraadvorming begint uit te doven. De enquête wijst op dalende vraag naar zowel goederen als diensten en op een intensifiërende aanbodschok via langere levertijden en tekorten in de keten.

De producentenprijsinflatie in de eurozone loopt in april op tot 1,7% jaar-op-jaar, het hoogste niveau sinds mei 2023, vooral door duurdere intermediate goods en minerale oliën. Tegelijk dalen de prijzen voor niet-duurzame consumptiegoederen zoals voeding. De inflatiedruk komt dus niet van een “oververhitte consument”, maar van de kostenzijde.

Toch hoor je bij de Europese Centrale Bank nog altijd vooral het klassieke rentereflexverhaal. De Griekse centrale bankier Yannis Stournaras stelde op CNBC dat “meer restrictief monetair beleid” nodig kan zijn als de inflatie boven de doelstelling blijft. In een puur vraaggedreven inflatieomgeving zou dat logisch zijn. In een energieschok lijkt hogere rente eerder een manier om de reële economie extra pijn te doen, zonder dat de olie uit de grond goedkoper wordt.

Binnen Europa krijg je bovendien een bont regionaal palet: de Duitse industriële productie sputtert, maar de fabrieksorders (+5% in maart, tegenover een verwachting van +1% en +1,4% in februari) tonen dat de vraag er nog is; de ZEW-index van het Duitse economische sentiment veert op van -17,2 naar -10,2. Dit is nog altijd pessimistisch, maar duidelijk minder somber; in Frankrijk klimt de werkloosheid naar 8,1%, het hoogste niveau sinds 2021, met jeugdwerkloosheid boven 20%.

Wat de beurs tot nu toe overeind houdt, zijn winstcijfers en het AI-verhaal. Niet het macroverhaal. Voor Europese beleggers ligt daar een opportuniteit: veel kwaliteitsbedrijven noteren nog altijd met een korting ten opzichte van Amerikaanse sectorgenoten, ondanks vergelijkbare of zelfs betere winstgroei.

AI: geen afzwakkende boom, maar een complexere én selectieve rally

Als er één echte structurele kracht achter de huidige bullmarkt zit, dan is dat artificiële intelligentie. Morningstar heeft berekend dat de wereldwijde marktkapitalisatie van de halfgeleidersector sinds de AI-start in mei 2023 meer dan verviervoudigd is: van 2,2 biljoen tot 9,4 biljoen dollar in april 2026. Sinds oktober 2025 kwam daar nog eens 13% bij.

Tegelijk zijn software-aandelen in diezelfde periode met ongeveer 26% teruggevallen (van 1,8 naar 1,3 biljoen dollar marktkapitaal). De beurs beloont vandaag vooral de infrastructuur van artificiële intelligentie – chips, geheugen, datacenters, netwerken, energie – en is veel strenger geworden voor softwarebedrijven waarvan het businessmodel mogelijk door AI wordt ondergraven.

Nvidia is hét symbool van deze dynamiek: drie jaar lang explosieve omzet- en winstgroei, telkens ver boven verwachting, en een buiten proportionele bijdrage aan de brede markt. Van de 85,6% winst van de Amerikaanse marktindex sinds mei 2023 komt 22,8 procentpunt uit halfgeleiders, waarvan 12,2 punten uit Nvidia alleen. Toch reageerde het aandeel na de laatste recordcijfers lauw: de lat ligt zó hoog dat “beter dan torenhoge verwachtingen” niet langer volstaat om beleggers nog te verrassen.

Daarbij komen andere uitschieters: Apple met pakweg +15% op een maand, Snowflake richting +20% in dezelfde periode. De hele waardeketen – van hyperscalers tot specialistische data- en cloudspelers – wordt meegezogen in de AI-golf.

Dat is een belangrijke nuance. De AI-boom is niet aan het afzwakken, maar wordt net complexer en diffuser.

Voor een belegger betekent dat twee dingen: het thema negeren is geen optie meer: artificiële intelligentie beïnvloedt intussen zowat elke sector, van industrie tot gezondheidszorg, en zal dat de komende jaren steeds meer doen. Maar blind achter de winnaars van gisteren aanlopen is minstens even gevaarlijk. De rally is extreem geconcentreerd: de tien grootste Amerikaanse aandelen vertegenwoordigen meer dan een derde van de marktwaarde.

Hier zie je de kracht van actief beheer en gespecialiseerde fondsen. In plaats van zelf te proberen uitmaken welke individuele AI-winnaars over tien jaar nog relevant zijn, kan je werken met een combinatie van wereldwijde technologie- en thematische fondsen, aangevuld met brede multi-assetoplossingen die het AI-thema verankeren in een gediversifieerde portefeuille. Dat is precies het soort werk dat we in onze MeDirect-fondsenselectie en in onze MeManaged-portefeuilles doen: sectoren en thema’s zoals artificiële intelligentie strategisch inschuiven, maar altijd binnen een breder risicokader, en niet als all-in gok op een handvol namen.

Japan versus China: twee gezichten van Azië

Japan is één van de duidelijke winnaars van dit regime. T. Rowe Price beschrijft hoe de Nikkei 225 en TOPIX nieuwe hoogtepunten bereiken, gedreven door winstgroei, corporate governance-hervormingen en een stevige rally in technologie- en halfgeleideraandelen die profiteren van de wereldwijde AI-investeringen.

De keerzijde is de munt. De yen verzwakt verder richting 158–159 per dollar. Op basis van recente marktgegevens betekent dat ongeveer 11% devaluatie tegenover een jaar geleden, toen de wisselkoers nog rond 142–143 noteerde. De Japanse staatsrente op 10 jaar is intussen gestegen tot om en bij 2,7%, het hoogste peil sinds eind jaren negentig. Bestuurders van de Bank of Japan suggereren bovendien dat bijkomende renteverhogingen “in een gepast tempo” op tafel liggen, ondanks recent zachtere inflatiecijfers (core-inflatie rond 1,4%, dus onder de doelstelling van 2%).

Voor een belegger in euro betekent dit: Japans aandelenpotentieel is aantrekkelijk, maar het valutarisico is reëel. Voor veel particuliere portefeuilles is een euro‑gehedgde Japan‑exposure – bijvoorbeeld via een actief beheerd fonds dat zowel aandelenselectie als valuta-afdekking combineert – een pragmatische manier om te profiteren van de Japanse structurele hervormingen zonder de volledige yen-volatiliteit in huis te halen.

China vertelt haast het omgekeerde verhaal. Terwijl brede groeilandenindices de laatste tijd beter presteerden dan ontwikkelde markten – geholpen door Latijns-Amerikaanse energie- en grondstoffenexporteurs en Aziatische AI-toeleveranciers – blijven Chinese aandelenmarkten achter.

De zachte enquêtedata ogen nog degelijk: de RatingDog China General Services PMI stijgt in april naar 52,6 (van 52,1 in maart), met een composite PMI-outputindex op 53,1 (van 51,5). Dat wijst op redelijke binnenlandse vraag. Maar de harde cijfers verslechteren: industriële productie vertraagt naar +4,1% jaar-op-jaar, na 5,7% in maart; retailverkopen groeien nog amper 0,2% jaar-op-jaar, tegenover 1,7% in maart (het zwakste cijfer sinds eind 2022); vaste investeringen dalen 1,6% in de periode januari–april, met een duidelijke terugval in vastgoedgerelateerde projecten.

Inflatie lijkt te herstellen: de producentenprijsindex klimt naar +2,8% jaar-op-jaar (van +0,5% in maart), de consumentenprijsinflatie naar 1,2% (van 1,0%). Dat suggereert een stabiliserende industriële activiteit en prijzen, maar het verkleint tegelijk de ruimte voor brede monetaire versoepeling. De People’s Bank of China houdt de één- en vijfjaars loan prime rate al twaalf maanden ongewijzigd op respectievelijk 3,00% en 3,50%.

Geopolitiek probeert Beijing te balanceren: eerst een top met Trump om de spanningen met de VS te temperen, daarna een bezoek van Poetin met meer dan veertig samenwerkingsakkoorden in energie, technologie en media. Voor markten is de boodschap ambigu: minder acute escalatie met Washington is positief, maar de nauwe strategische band met Moskou houdt de risicopremie voor Chinese activa hoog.

Voor beleggers betekent dit dat een brede groeilandenallocatie vandaag beter werkt dan een pure China‑exposure. Aandelenfondsen met een duidelijke tilt naar Aziatische AI-toeleveranciers en Latijns-Amerikaanse energiewinnaars bieden momenteel een interessantere risico-rendementsverhouding dan een smalle focus op de Chinese beurs alleen.

Groeilanden: ruis in de krantenkoppen, kansen in de cijfers

Als we over groeimarkten spreken, denken we vaak uitsluitend aan China. Deze keer gaan we in op een aantal andere gebeurtenissen in andere landen.

In Venezuela leidt de aankondiging van een formalisering van de schuldherstructurering (inclusief PDVSA) tot een koersrally in obligaties. Markten waarderen vooral het vooruitzicht op normalisering en mogelijk IMF‑engagement, ondanks de enorme complexiteit van het proces.

In Hongarije zorgt de machtswissel voor een beleidsreset richting meer orthodox beleid en betere relaties met de Europese Unie. Tegelijk verhoogt het monetaire beleid opnieuw de volatiliteit in de forint, onder andere via aanpassingen in de swapfaciliteiten van de centrale bank.

Indonesië verrast met een renteverhoging van 50 basispunten om de rupiah te ondersteunen, terwijl het land tegelijk succesvol nieuwe dollar- en euro-obligaties in de markt zet. Een signaal dat externe financiering bereikbaar blijft, zij het tegen hogere kosten.

Turkije krijgt dan weer een politiek schokmoment, met een gerechtelijke uitspraak die de oppositiepartij hertekent en het vertrouwen van beleggers aantast. Aandelen en obligaties verkopen fors af; de lira blijft dankzij stevige interventies relatief stabiel, maar dat gaat ten koste van de beperkte deviezenreserves.

Het totaalplaatje: de headline‑risico’s zijn reëel, maar brede groeilandenindices profiteren nog altijd van sterke winstgroei in energie- en grondstoffensectoren én van hun rol in de toeleveringsketen van artificiële intelligentie.

Wie in groeimarkten belegt, kijkt daarom beter naar actief beheerde fondsen, zoals die in de MeDirect-fondsenselectie. In deze landen beleggen betekent extreem selectief zijn – zowel qua risico als qua rendementskansen – en dat is precies waar een ervaren fondsbeheerder het verschil kan maken tegenover “zelf wat namen uitkiezen” in opkomende markten.

Wat betekent dit voor u als belegger? En hoe kan MeDirect helpen?

Als ik de puzzelstukken leg – Iran en olie, energiegedreven inflatie, een historisch zwakke Amerikaanse consument, een hypergeconcentreerde maar nog steeds krachtige AI‑rally, een kwetsbaar maar niet kansloos Europa, een duale Azië‑realiteit en nerveuze groeilanden – dan zie ik drie concrete lijnen voor een portefeuille:

1. Voorkom eenzijdige energie- of geopolitieke posities

De ervaring van de laatste maanden toont hoe snel olie, rentes en sentiment draaien op basis van uitspraken in Washington en Teheran. In onze MeManaged‑portefeuilles werken we bewust met brede multi‑assetfondsen en een gespreide sectorallocatie, zodat geen enkel scenario – van “vredesakkoord met lagere olie” tot “langdurige spanningen met hoge energieprijzen” – uw hele portefeuille definieert.

2. Veranker artificiële intelligentie in uw strategie, maar niet als alles-of-niets‑thema

De cijfers rond halfgeleiders, Nvidia en andere technologieleiders zijn te dominant om te negeren, maar tegelijk is de rally geconcentreerd en selectief. Via de MeDirect-fondsenselectie kan u kiezen voor kwalitatieve globale technologie- en thematische fondsen die artificiële intelligentie integraal meenemen, zonder dat u zelf moet beslissen welke individuele winnaars de rit gaan uitrijden. Wie dit liever volledig uitbesteedt, vindt in MeManaged kant‑en‑klare portefeuilles waar AI‑blootstelling ingebed zit in een breed gespreide, risicogestuurde aanpak.

3. Maak gebruik van regioverspreiding, maar doe het doordacht

De Verenigde Staten blijven het centrum van winstgroei en artificiële intelligentie, maar hebben hogere waarderingen en een hardnekkiger inflatieprobleem. Europa combineert aantrekkelijke waarderingen en sterke bedrijven met een energieschok en lagere trendgroei. Japan biedt een zeldzame mix van hervormingen, winstgroei en AI‑exposure, maar vraagt aandacht voor yenrisico. Groeilanden bieden structurele groeikansen, maar vragen om selectiviteit én professioneel risicobeheer.

Via onze beleggingsplannen kan u met relatief kleine bedragen automatisch spreiden over regio’s en thema’s, gebruikmakend van zorgvuldig geselecteerde fondsen. Voor wie al een basisportefeuille heeft en vooral extra thematische accenten – zoals technologie, artificiële intelligentie of groeilanden – wil leggen, is onze MeDirect-fondsenselectie een logische volgende stap.

En voor wie zijn vermogen echt structureel wil laten aansluiten bij zijn doelstellingen en risicoprofiel, is MeManaged het logische eindpunt: een discretionair beheerde portefeuille waarin onze experten alle bouwstenen – aandelen, obligaties, regio’s en thema’s zoals AI – voor u combineren en bijsturen.

In een wereld waarin Trump, Teheran en technologie de markten dagelijks heen en weer schudden, is dat misschien wel het grootste voordeel: u hoeft niet elk nieuwsbericht zelf te vertalen naar portefeuillebeslissingen. Dat werk nemen wij – samen met onze fondsenpartners – voor u op.

Algemene disclaimer

Dit artikel en deze pagina zijn informatief van aard en kunnen worden gewijzigd. Ze worden louter ter informatie verstrekt en hebben geen contractuele waarde. De inhoud is niet bedoeld als beleggingsadvies of enige andere beleggingsdienst, en is geen aanbod, gepersonaliseerde aanbeveling of advies van MeDirect Bank NV, met het oog op een belegging in de genoemde activaklassen en mag niet als zodanig worden beschouwd. Beleggen brengt altijd risico’s met zich mee, vooral wat kapitaalverlies betreft. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. De informatie op deze pagina vormt geen juridisch, fiscaal of boekhoudkundig advies.

Alle nieuwsartikels

Waarom de banksector momenteel aantrekkelijk lijkt

Bron: Franklin Templeton In de editie van deze maand beginnen de vooruitzichten voor wereldwijde banken te verbeteren na een aantal moeilijke jaren. Templeton Global Investments